5/18/15

Help! Ik word toch niet links?

In een maatschappij waarin economisme regeert, zien we steeds meer vraag naar menselijke merken.

Vaak vragen onze opdrachtgevers naar het rendement van investeringen in merken. De vragensteller, meestal een ervaren manager op een hogere positie net onder de Raad van Bestuur, daagt ons dan uit te komen met een financiële onderbouwing om aan te tonen dat investeren in merken bedrijfseconomisch te rechtvaardigen is. Maar, is dat niet hetzelfde als vragen naar het nut van de liefde, het rendement van kinderen of de zin van cultuur?

Rendementsdenken verziekt de geest

Al dat rendementsdenken raakt inmiddels bij mij een gevoelige snaar. Zijn we er niet een beetje in doorgeslagen? Het lijkt wel alsof alles in de Westerse maatschappij eerst en vooral om geld draait. Bijvoorbeeld, wat is het rendement op gezondheidszorg? Niet de artsen, maar de verzekeraars bepalen tegenwoordig wat voor behandeling we onze zieken geven. Het rendement op het onderwijs? De derde geldstroom moet maar zorgen dat het hoger onderwijs zichzelf gaat bedruipen. Of het rendement op vluchtelingenhulp? Wat is de verdiencapaciteit van al die bootvluchtelingen? En het economisch rendement van de schone kunsten? En is er wel rendement als je investeert in schone energie? Ik kan zo nog wel even doorgaan. Ik las er net een mooi artikel over van onze voormalige dichter des vaderlands Ramsey Nasr waarin hij stelt dat al het rendementsdenken inmiddels onze geest behoorlijk heeft verziekt. Wat mij betreft heeft hij wel gelijk.

U vraagt wij draaien

Ik weet dat de vraag over het nut van merken gesteld wordt door managers met goede intenties, die op hun beurt weer moeilijke financiële vragen van hun bazen krijgen. Ze moeten kunnen verantwoorden waarom ze tijd, geld en moeite willen investeren in merken, en waarom dat waarde voor de aandeelhouders oplevert. In zulke gevallen hebben we dan een paar cases bij de hand van merken waarbij wij betrokken zijn geweest. Voorbeelden waarvan we met harde getallen kunnen laten zien dat er meer klanten zijn gekomen, dat klanten meer tevreden zijn, dat ze meer aanbevelingen aan hun vrienden geven, dat mensen er graag zouden willen komen werken en nog meer overtuigend bewijs. Wat precies de ROI is, dat is volgens mij moeilijk aan te tonen, maar dat investeren in je merk positieve effecten kan hebben, dat is gelukkig best wel goed te verdedigen. Met onze voorbeeld cases geven we de managers een goed gevoel; ze kunnen nu hun acties verantwoorden en indien nodig, vragen van bazen beantwoorden.

Een tweezijdige zwaard

Maar ondertussen denk ik er natuurlijk wel het mijne van. Het is toch evident dat het hebben van een aantrekkelijk merk nuttig is? Tenminste, als dat merk resoneert met betekenis voor mensen. Juist in deze transparante sociale tijd zien we steeds vaker dat het verbinden van het merk met het maatschappelijke bestaansdoel van de organisatie gebruikelijk aan het worden is. Een praktijk die we binnen het merkenvak de laatste jaren ‘purpose’, ‘why’ of ‘handelingsperspectief’ zijn gaan noemen. Wat dat betreft valt me ook op dat er best wel een verandering aan de gang is. Dezelfde managers die om het ROI van hun merken vragen, zijn op hetzelfde moment ook op zoek naar iets hogers, iets mooiers en belangrijkers. Iets wat goed is voor mensen en hun leefomgeving. Ze zoeken naar iets wat de moeite waard is om voor uit je bed te komen. Kortom, als branding professionals staan we tegenwoordig steeds vaker stil bij wat de maatschappelijke toegevoegde waarde van een organisatie is, anders dan alleen maar ordinair geld verdienen. En ook hier geldt dat we als merkenprofessionals zorgvuldig met ons tweezijdig zwaard moeten opereren. Enerzijds moeten we als rekenmeesters zorgen dat ons werk bedrijfseconomisch haalbaar is en rendeert en anderzijds doen we onze magische toverkunsten met emoties, betekenis en verbinding.    

Overloper van rechts naar links

Ik moest hier ook aan denken toen ik van de week Jesse Klaver hoorde. Tijdens zijn eerste speech als leider van GroenLinks verkondigde hij afgelopen week heel moedig dat hij Nederland wil gaan veranderen, door de doorgeslagen economisering te gaan bestrijden. Hij doelt hier op het fenomeen dat we het gewoon zijn gaan vinden om elk maatschappelijk vraagstuk te herleiden tot een economische en financiële kwestie. Waardoor voorbij gegaan wordt aan de onderliggende morele of menselijke waarden. Als je een maatschappelijk vraagstuk vooral vanuit menselijke waarden benadert, dan wordt je in het linkse kamp gestopt en als je het vanuit het economisch financiële bekijkt, in het rechtse. Voor mijn ouders en hun generatie babyboomervrienden ben ik zelf dan ook een rare vogel, die van rechts naar links is overgelopen. Voor mijzelf is dat allemaal nog niet zo duidelijk. Wat me wel duidelijk is dat de maatschappij, de bedrijven en hun merken wat mij betreft best wel wat menselijker mogen zijn.

Foto: @ANP (Martijn Beekman)

Artikel staat ook gepubliceerd op Marketing Online / Adformatie en de blog van BR-ND

5/10/15

Purpose is geen merkenkunstje


Hoe bezwaarlijk is greenwashing als het aankomt op maatschappelijk verantwoordelijk of een purposeful merkstrategie? Heiligt het doel de middelen?
Sterke industrialisatie en uitstoot van CO2 zorgt voor klimaatverandering; de temperatuur stijgt, watertekort komt vaker voor en voedsel wordt schaarser. De wereldbevolkingsgroei zet door, basis hygiene en gezondheid zijn een groeiende uitdaging. De kloof tussen arm en rijk vergroot alsmaar en roept vragen op over eerlijke verdeling van geluk en gelijke kansen voor iedereen. Deze misstanden zorgen voor bezorgdheid, onrust en activisme bij brede lagen van de bevolking, want de sociale media op onze mobieltjes doen hun werk steeds beter.
Greenwashing?
Wanneer merken zich groener of meer maatschappelijk verantwoord voordoen dan dat zij daadwerkelijk zijn. De organisatie doet zich voor alsof zij weloverwogen met maatschappelijke thema’s omgaat, maar dit is niet meer dan een groen sausje. We zien gelukkig steeds meer organisaties die wel met hun maatschappelijke rol bezig zijn en er echt wat aan willen doen. Ze haken aan bij de sentimenten die leven en geven uiting aan hun maatschappelijke en duurzame initiatieven. In veel gevallen gaat dat heel wat verder dan alleen de externe merkcommunicatie.
Bedrijven kunnen de wereld verbeteren
Giganten als Unilever, Danone en Nestlé lijken hun rol serieus te nemen en zijn zelfs bereid hun bedrijfsprocessen structureel aan te passen of bedrijfsonderdelen af te stoten als het niet goed past in de duurzaamheidsgedachte. Een mooi voorbeeld in de financiële wereld is Triodos, sinds april 2015 de eerste Europese bank die als B Corp gecertificeerd is en zich richt op waardecreatie voor alle belanghebbenden en niet alleen op financiële winst. Of Albert Heijn waar steeds meer aandacht wordt gegeven aan biologische voeding, met pop-up bio stores en een assortiment dat inmiddels uit meer dan 1000 artikelen bestaat. En afgelopen week de aankondiging van Tesla dat ze deze zomer het wereld energieprobleem gaan helpen oplossen met Tesla Powerwall batterijen voor zonnepanelen. Ook mooi is het initiatief van Adidas om evenals G-Star in samenwerking met Parley for the Oceans manieren te ontwikkelen om de oceanen schoon te maken. Het partnerschap gaat vezels ontwikkelen op basis van plastic uit de zee, die gebruikt gaan worden in de sportartikelen van de fabrikant. En ik kan nog wel even doorgaan met het opnoemen van dit soort voorbeelden. Het zijn wat mij betreft stuk voor stuk initiatieven van organisaties die hun verantwoordelijkheid nemen en waar de wereld echt op zit te wachten.
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel
Er zijn ook veel voorbeelden van merken die lekker meehobbelen op de duurzaamheidgolf. Grootbanken die in hun communicatie het geluk van de klant wel centraal proberen te stellen, maar die hun bedrijfsvoering nog steeds inrichten op maximale aandeelhouderswaarde en over-de-top beloningingen van het management. Of hybride automerkmodellen die als mileuverantwoord neergezet worden, terwijl ze mileubelastender zijn dan auto’s met gewone plofmotor.
Ik moet ook denken aan energiereuzen als Essent en Nuon. Op hun websites profileren ze zich met duurzame energie en gebruiken ze mooie plaatjes van windmolens en zonnepanelen. De realiteit is echter dat maar een klein gedeelte van hun energie duurzaam is. Ik weet helemaal niet zeker of ze er wel alles aan doen om zelf duurzaam te worden. Bij Essent bijvoorbeeld is zo’n 3% afkomstig uit windenergie. Van heel Nederland is overigens slechts 4,5% afkomstig uit windenergie, terwijl dat in Denemarken zo’n 20% is. En er wordt ook nog heel wat gelobbied dat fossiele brandstoffen juist goed zijn en dat zonne- en windenergie de slechteriken zijn.
Afgelopen vrijdag profileerde mijn voormalige werkgever Mars Inc., van de bekende M&M’s, Snickers, Skittles, Milky Way en ander suikergoed, zich als een onwaarschijnlijke pleitbezorger voor het eten van minder suiker. De snoepjesfabrikant verklaarde zich afgelopen vrijdag achter de aanbeveling van de WHO en USDA aanbeveling suiker te beperken tot minder dan 10 procent van de dagelijkse calorieën. Ik twijfel er niet aan dat ze het goed voor hebben met mensen en oprecht volksziektes zoals obesitas, diabetes en tandbederf willen tegengaan. Maar het blijft toch best lastig als juist suiker min of meer het belangrijkste ingredient is in je merken.
De vraag die bij me opkomt: is het wel verstandig en geloofwaardig om als producent in je merkcommunicatie uit te dragen dat je flink bijdraagt aan het oplossen van de wereldproblemen, terwijl er vaak (nog) geen bereidheid of mogelijkheid is om structurele en complexe veranderingen in je primaire en secundaire processen door te voeren.
Purpose is geen merkenkunstje
Merken die hun oorsprong niet vinden in een rijke en authentieke waarheid, een centrale overtuiging die mensen - zowel intern als extern - in hun menselijkheid aanspreekt, zullen uiteindelijk overbodig en vergeten worden. Mensen zijn volgens mij uitstekend in staat om onzin, leugens en grove zelfverrijking te ontmaskeren. Als merkcommunicatie en de intenties erachter niet oprecht zijn, zal dat vanzelf ontmaskerd worden. De buzz op sociale media doet zijn werk. Wat veel marketeers zich echter niet goed lijken te beseffen is dat je ‘purpose’ niet zomaar kunt ontwikkelen vanuit je merk- en communicatiestrategie. Purpose komt voort uit de opvattingen en overtuigingen die diepgeworteld zitten in de identiteit van de organisatie. Je kunt zo’n purpose niet eenvoudigweg achteraf bedenken en dan via branding er even in stoppen. En als je het al zou willen reverse engineeren dan neemt het jaren voordat het intern doorgevoerd is en extern geloofwaardig is geworden. Het hele bedrijf zal eerst haar bedrijfsprocessen en cultuur aan de purpose moeten aanpassen. Dat geeft vervolgens concurrentievoordeel - de Stengel 50 Studie toont aan dat bedrijven die de kwaliteit van het leven van mensen daadwerkelijk centraal stellen, aanzienlijk beter presteren, ook in de financiële resultaten.
Niet perfect, wel eerlijk
Wat nu te doen als je verantwoordelijk bent voor merkbeleid en op dit moment is er geen helder gearticuleerde purpose of draagvlak daarvoor in je organisatie? Wachten tot het te laat is? Of alvast voorzichtig beginnen? Intern en extern alvast de zaadjes planten om in een latere fase de purpose te laten ontkiemen? Ik zou zelf zeker die zaadjes gaan planten en regelmatig water geven. En op zoek gaan naar verbinding in de organisatie met mensen die er ook zo over denken. Je loopt dan weliswaar het risico dat er azijnpiesers zijn die je van idealisme of juist bedrog zullen betichten. Maar als je idealisme oprecht is en je er zelf hard aan werkt om nieuw gedrag door te voeren, dan zal je vast vergeven worden. Immers, mensen begrijpen dat je niet perfect bent, dat zijn ze zelf ook niet. Is het niet een mooie gedachte dat we allemaal zondaars zijn?
Amsterdam, 10 Mei 2015
Dit artikel is ook gepubliceerd op Adformatie en BR-ND's Blog

5/8/15

Waar gaat het met merkstrategie naar toe?

Van 'ego-depletion' naar een sociaal proces met verbinding, betekenis en geluk.


De wereld om ons heen verandert steeds sneller. Nieuwe technologie beïnvloedt ons gedrag. Stonden we in de 18e eeuw nog het land te bewerken, in de 19e eeuw gingen we massaal de fabriek in. Tijdens de na-oorlogse groei kregen we televisies en keken we steeds meer naar reclame. Zo ontstonden grote vaak internationale merken. Inmiddels zijn we de fabrieken weer uit en verlenen we diensten. Het internet kwam in ons leven en we zijn mobiel, 24/7 met elkaar verbonden, we delen met vrienden en de rest van de wereld wat we doen, waarin we geloven en we zijn hard op weg naar ‘the internet of things’. De wereld om ons heen verandert, waar gaat dat met het merk naar toe?

"Goodness is the only investment that never fails." - Henry Thoreau
Van Kotler naar Sinek
Even terug naar het laatste decennium van de vorige eeuw. Branding ging toen over Kotler’s marketing mix (product, plaats, promotie en prijs). Brand managers positioneerden merken, segmenteerden klanten en ontwikkelden producten. En ze maakten advertising & promotie campagnes met reclame bureaus. Maar vooral rekenden ze veel met cijfertjes over geld, grp's, distributie, penetratie en loyaliteitsratios. Het veroveren van de mentale ruimte in de hoofden van de doelgroep was vooral het centrale idee. Rond het jaar 2000 verbreedde het werkterrein. Het merk was niet langer louter een instrument naar buiten om marktaandeel te verhogen, ook naar binnen toe werd het merk belangrijk. Steeds vaker word het gezien als een sturend concept voor de hele interne organisatie. Missie, visie en cultuurwaarden als onderdeel van het merk werden belangrijk. De afgelopen jaren zien we dan ook grote populariteit in de directiekamers van het gouden cirkel denken van Simon Sinek. Het ‘purpose’ denken wordt steeds vaker omarmt.

Inmiddels zijn we in een nieuwe fase terecht gekomen waar merken bezig zijn om sociaal te worden. Social media, webcare, content marketing, engagement zijn de nieuwe realiteit geworden. De traditionele en gedrukte media zitten in zwaar weer en het is niet duidelijk hoe ze gaan overleven. Merken zoals bijvoorbeeld Tesla, Netflix, Uber en Meerkat groeien wereldwijd als kool zonder gebruik te maken van traditionele media. Door de digitale technologie delen gebruikers hun ervaringen en hun activiteiten.

De toekomst van branding
Turend door onze wimpers kunnen we - met een beetje fantasie - contouren van volgende fase in de ontwikkeling van de branding al een beetje zien opkomen. Ik ben natuurlijk geen waarzegger, wie weet pakt het toch nog wel wat anders uit. Maar nu denk ik van niet.
Het valt op dat we nog steeds massaal op zoek zijn naar nieuwe zingeving. De grootschalige ontzuiling in de tweede helft van de vorige eeuw zorgt er voor dat de traditionele sociale samenhang min of meer verdwenen is. Waar hoor je bij? Wie ben je? Waar ontleen je je identiteit aan? Dat kan natuurlijk de sportvereniging zijn of de vriendengroep waartoe je behoort. En de merken die je gebruikt, je kleding, auto of fiets. Maar voor veel mensen is hun dagelijks werk en hun werkgever nog steeds een realiteit waar ze veel tijd doorbrengen. Wat voor waardevolle zingeving biedt het werk, anders dan een salaris?

90% is niet geëngageerd
Verder is het opmerkelijk dat wel heel veel mensen niet gelukkig zijn met hun werk. Volgens Gallup is in Nederland gemiddeld circa 10% geëngageerd op het werk, 80% is niet-geëngageerd en 10% zelfs actief gedisëngageerd. We zijn in Nederland wel een heel gelukkig landje, volgens het World Happiness Report 2015 staan we op de 7e plek, maar dat komt kennelijk niet door het plezier en de betrokkenheid die we ervaren op ons werk. Volgens het rapport wordt het individuele geluk vooral gestuurd door sociale verbinding, gezondheid, vrijheid om eigen keuzes te maken, dankbaarheid, lage corruptie en goed bestuur. Dit is wat mij betreft opmerkelijk omdat deze onderwerpen toch ook heel relevant zijn in de werkcontext.

Gelukkige bedrijven presteren beter
Als wij door onze opdrachtgevers gevraagd worden om een merkstrategie te ontwikkelen met als doel het imago in de buitenwereld te verbeteren, dan zien we dat er een directe relatie is tussen het interne en externe sentiment. Is het imago niet gunstig en zijn klanten minder tevreden, dan is dat vaak een afspiegeling van negatieve interne dynamiek. Inmiddels zijn er vele onderzoeken gedaan naar de relatie tussen de bedrijfsresultaten en het geluk van de medewerkers. Het verbaast dus niet dat gelukkige bedrijven beter presteren omdat de mensen beter hun werk doen en daardoor zijn ook de klanten meer tevreden. Een nieuwe naar buiten gerichte merkstrategie of zelfs een volledige rebranding kan een gedeprimeerde interne situatie niet goed oplossen. De vraag is nu hoe een merkstrategie wél kan bijdragen aan verhoging van de interne gelukservaring. Hoe kun je gaan sturen op geluk?

Opkomst van ‘positive’ in de academische wereld
De opkomst van happiness is op dit moment niet alleen in de branding aan de gang. Op allerlei gebied zien we dit fenomeen terug komen. Ik denk bij voorbeeld aan het Institute for Positive Design aan de TU Delft. Daar initiëren en stimuleren ze de ontwikkeling van kennis ter ondersteuning van ontwerpers die de mens gelukkig willen maken. Of Harvard Medical School waar sinds 1998 les wordt gegeven in Positive Psychology, wat staat voor de wetenschappelijke studie naar het optimaal functioneren van mensen. Dit is op dit moment de meest populaire studie in de hele geschiedenis van Harvard University. Ook de Harvard Business Review publiceert regelmatig artikelen over happiness, welzijn en productiviteit. Het januari nummer 2012 ging er zelfs helemaal over en laat zien dat onderwerpen als ‘The happiness Factor’, “Creating Sustainable Performance’, “positive Intelligence’ en ‘The history of happiness’ belangrijke onderdelen zijn van een nieuwe economische stroming.

Maatschappelijk verantwoord als norm
Steeds meer organisaties voeren een maatschappelijk verantwoord beleid door. Want inmiddels is door meerdere onderzoeken bewezen dat maatschappelijk verantwoord ondernemen leidt tot betere financiële prestaties, op korte én lange termijn. 'Doing good' op mens- en milieugebied leidt dus tot 'doing well' op financieel gebied.
Ook de uit Amerika overgewaaide Benefit Corporations lijkt nu ook in Europa niet meer te stoppen. Onderzoek toont aan dat B Corps aanmerkelijk beter presteren. Bovendien scoren B Corps beduidend hoger op klant- en medewerkertevredenheid onderzoeken. Het succesvolle chocolademerk Tony’s Chocolonely is na Pymwymic de tweede B Corp van Nederland. Het merk groeide drie jaar op een rij met vijftig procent en ontving dit jaar de Great Place to Work award. En sinds vorige week is ook de Triodos Bank de eerste Nederlandse bank die zich een  B Corp mag noemen.

Happiness in je merkstrategie? Hoe pak je dat aan?
Een beetje vooruitlopend op al deze ontwikkelingen doe je er als directieteam goed aan om nu al vast de brug te slaan tussen het merk en de cultuur van de organisatie. Zonder nu al te diep in dit stuk in te gaan hoe je het zou kunnen aanpakken geef ik alvast een aftrap van de stappen die je minimaal zou moeten volgen.
  • Betrek zo veel mogelijk medewerkers en klanten. Zie het als een sociaal co-creatieve interventie. Gedrag kun je niet van bovenop opleggen, mensen moeten het uit zichzelf gaan willen. Positief gedrag moet een gewoonte worden.
  • Zorg voor een gedeeld en transparant proces. Maak het hele proces transparant zonder geheimen in de directiekamer. Deel de stappen en de inhoudelijke bevindingen op bijvoorbeeld een sociaal intranet. Faciliteer dat de medewerkers kunnen reageren en de dialoog aan kunnen gaan.
  • Verbind door emoties en hou het luchtig. Als je aan het merk komt, kom je aan de mensen. Het merk is van iedereen. Leiderschap houdt in dat je naar de sentimenten en ideeën luistert en met elkaar de verbinding weet te maken.
  • Ontwikkel een verhaal dat inspireert. Zorg voor inhoud die de harten echt raakt. Dat gaat verder dan een slagregel of elevator pitch. Een mooi verhaal dat uitlegt hoe je de wereld beter gaat maken en waarom dat belangrijk is.
  • Pas het gedrag en de merkexpressie grondig aan. Een verhaal alleen is niet genoeg. Je zult bereid moeten zijn nieuwe dingen te gaan doen. Niet alleen een nieuwe reclame campagne, maar geef je klanten en medewerkers nieuwe ervaringen die er toe doen. Zorg dat er happy habits in de organisatie gaan ontstaan.
  • Onderzoek en deel de ontwikkelingen van klant en medewerker happiness. Zorg voor de juiste tracking van de resultaten. Hoe meet je het geluk? Wat zijn de onderliggende parameters en wat is hun individuele invloed. Aan welke knoppen kun je draaien om het geluk verder op te voeren?
Alexander Koene
BR-ND Emotive Transformers
Amsterdam, 6 May 2015

Artikel is ook gepubliceerd op Adformatie en de blog van BR-ND

4/9/15

Hoe krijgt de bankier zijn reputatie weer terug?


‘Zou je dat nu wel doen? Het zouden jullie potentiële opdrachtgevers kunnen zijn’, vroeg mijn vader enigszins bezorgd.


Afgelopen lange weekend was ik op vakantie bij mijn ouders. Samen met mijn broer en zoon genoten we van een heerlijk paasweekend hoog in de Franse alpen, verse sneeuw, zon, lekker even ver weg van mijn dagelijkse brandingpraktijk.
Tijdens de borrel en avondeten hebben we over van alles gesproken. Ook over de bizarre ontwikkelingen in de financiële sector. Het was mijn ouders opgevallen dat ik, in mijn geschreven stukjes, het af en toe niet kan nalaten fel uit te halen naar de financiële sector. 'Zou je dat nu wel doen? Het zouden jullie potentiële opdrachtgevers kunnen zijn’, vroeg mijn vader enigszins bezorgd.
Verstandig?
Is het wel verstandig om als brandingconsultant je ongenoegen te uiten over de financiële sector? Ik probeer overigens in mijn werk altijd positief te zijn en met constructieve voorbeelden en oplossingen te komen. Ik wil mijn visie delen en aangeven waar het wat mij betreft naar toe zou moeten om merken, organisaties en de maatschappij een beetje mooier, eerlijker en gelukkiger te maken. Daar past het ‘bashen’ van sectoren zeker niet bij. Niet verstandig dus.
Bovendien had ik in het verleden jarenlang diverse banken en verzekeraars als klant en heel interessante en complexe merkvraagstukken aan de hand gehad.
Bijvoorbeeld het positioneringsvraagstuk van Postbank, toen de ambitie ontstond om complexere producten zoals hypotheken te gaan verkopen. Of de rebranding en het merkportfoliovraagstuk toen Fortis bedrijven als a.s.r. en Mees Pierson opkocht. Ik herinner me ook een mooi traject voor ING, hoe ze zich zouden moeten positioneren om succesvol in private banking te worden.
Recent nog een vrij grote klus voor de verzekeraar van SNS Reaal. Stuk voor stuk waren het heel leerzame merkentrajecten, waar ik over het algemeen niets dan interessante, capabele en aardige mensen heb ontmoet.
Waarom dan toch uithalen naar de financials?
Na wat zelfreflectie ben ik er van overtuigd dat fundamentele hervorming van de financiële wereld hard nodig is. In de aanloop naar de economische crisis zijn de banken en verzekeraars het belang van hun klanten uit het oog verloren. Diverse perverse prikkels hebben er voor gezorgd dat de bankiers zelf het slachtoffer zijn geworden van hebzucht, jaloezie en grootsheidswaan. Joris Luyendijk beschrijft het allemaal haarfijn in zijn recente boek ‘Dat kan niet waar zijn. Onder bankiers.’
Ontsteltenis 
Met ontsteltenis zag ik enige weken geleden hoe Gerrit Zalm de salarisverhogingen van de ABN Amro-topbankiers probeerde recht te praten. Dat kan niet waar zijn, dacht ik nog. Komen ze daar mee weg? Ben ik nu gek geworden? Iedereen om mij heen had het er plotseling over. Ontsteltenis alom.
Gelukkig barstte er meteen een bom in de maatschappij en ontstond er zoveel boosheid en onrust, dat de betreffende bankiers eieren voor hun geld kozen en voor hun tonnetje salarisverhoging bedankten.
Ik grinnikte nog even bij het lezen van het persbericht waarin de topbankiers verklaarden 'met ziel en zaligheid' gewerkt te hebben aan het redden van twee zwaar gehavende banken (ABN Amro en Fortis) en het klaarmaken voor een beursgang.
Ironisch genoeg gaat dat laatste nu niet door, aangezien er te veel reputatieschade is opgelopen. 
Rik van Slingelandt van ABN Amro geeft kamerlid Jesse Klaver het 'vingertje' (foto ©ANP)
Gisteravond was het opnieuw smullen toen de voorzitter van de commissarissen, Rik van Slingelandt, vragen moest beantwoorden van kamerleden. Kijk hier voor het NOS fragment. Het leek allemaal een grote persiflage, alsof het een goed nagespeeld fragment van de theatervoorstelling ‘Door de bank genomen’ van de Verleiders was.
Deze commissaris bleef met droge ogen gewoon volhouden dat het toch echt de juiste beslissing was geweest om die ton salarisverhoging toe te kennen. Dat kan toch niet waar zijn? Berouw over de onrust in de maatschappij maar niet over het besluit… Als het inderdaad zo is dat de toezichthouders en topbankiers geen aansluiting en gevoel meer hebben bij wat er in de maatschappij leeft, is er dan niemand geweest van de communicatie-, pr- of marketingafdeling die van te voren gewaarschuwd heeft dat dit de hele beursgang zou frustreren?
Niemand?
Is er dan niemand geweest die ze heeft gewezen op de reputatieschade als gevolg van dit besluit?
Nu doe ik het weer. En dat terwijl ik helemaal niet wil ‘bank bashen’. Ik voel juist sympathie voor de vele marketing- & communicatieprofessionals die in de financiële sector werken.
Zij doen elke dag hun best voor de juiste merkstrategie en -activering. Ik twijfel er niet aan dat zij wel het klantbelang voorop willen stellen. Ik ben er van overtuigd dat het merendeel van de medewerkers bij de banken en verzekeraars het goed met hun klanten voor heeft en zich schaamt voor hun topmannen. Ik vraag me af wat er allemaal nodig is om te komen tot de benodigde hervorming. Immers, een nieuwe generatie bankiers zal in de huidige context vol perverse prikkels snel tot hetzelfde gedrag vervallen.
Hoe krijgt de bankier zijn aanzien weer terug?
Alexander Koene
BR-ND Emotive Transformers

4/5/15

ROI. Een concept zonder waarden?

Dit artikel is ook gepubliceerd op de blog van BR-ND en op Adformatie
Wint het rendementsdenken de strijd van het goed en kwaad?
We leven gelukkig in een ‘vrije’ markt. Net zoals velen ben ik ervan overtuigd dat dit een waardevolle vorm van marktwerking is. De welvaart lijkt goed te gedijen bij een markt met gelijke kansen voor iedereen. Onze wetgever zet de morele piketpaaltjes, de waarden waarbinnen we het spel moeten spelen. Binnen dat speelveld gaat het in het bedrijfsleven over het rendement van investeringen. Zelf doen of uitbesteden? Hoeveel geld kost het en wat levert het op? Des te meer, des te beter. Einde discussie, toch?
Verbonden door waarden van betekenis
Tot enkele decennia geleden hadden we in de maatschappij allerlei morele zuilen met ethische opvattingen. Over goed en kwaad. Over de 10 geboden, over waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap. Mensen waren lid van een kerk en een sportvereniging, men las een bepaalde krant en was lid van een politieke partij. Dat gaf mensen houvast, richting en identiteit. Je hoorde er bij. Je was met elkaar verbonden door waarden van betekenis.
Inmiddels leven we in een nieuwe tijd met veel meer individualisme, meer kennis en oneindig meer informatie. Een tijd waarin het media aanbod hyper gefragmenteerd is en waarin we met zijn allen voor het nieuws zorgen. Ik lees dankzij Blende interessante stukken uit alle kranten en ben me niet meer bewust van de waarden die de individuele krantenmerken voorstaan.
Bovendien leven we in een tijd waarin het (inter)nationale bedrijfsleven veel politieke en maatschappelijke macht heeft. Ik doel op praktijken waarbij belastingvoordelen uit onderhandeld worden met onze nationale overheid; bestuurders van de grote organisaties een veelvoud aan salaris verdienen vergeleken met de leiders van ons land; en grote merken door commerciele communicatie ons gedrag sterk beïnvloeden.
Gedrag dat er op gericht is om consumptie en aankoop te stimuleren zodat de financiele prestaties van organisaties verbeteren. En het bruto binnenlands product verder wordt opgestuwd. Financieel rendement lijkt inmiddels ons zakelijk denken te domineren. Is er nog wel iets anders zou je haast gaan denken? Of is dat wat van werkelijke waarde is voorbehouden aan ons prive leven?
Goed en kwaad

Dat is niet altijd zo geweest. De Tsjechische econoom Tomáš Sedláček neemt ons in zijn boek Economie van goed en kwaad aan de arm hoe het economisch denken door de eeuwen heen sterk moraliserend is geweest. De Bijbel, Aristoteles en Adam Smith; economische theorie ging altijd samen met ideeën over goed en kwaad.
Smith, door velen beschouwd als de grondlegger van vrije markt met zijn boek The wealth of nations (1776) was een moraalfilosoof. Hij was van mening dat het nastreven van eigen belang vanzelf het maatschappelijk belang zou dienen. De 'onzichtbare hand' van deze vrije markt zorgt voor harmonie en evenwicht. Smith veronderstelde dat prikkels tot zelfverrijking er voor zouden zorgen dat er meer gelijkheid komt in de verdeling van het geld en welvaart. Kortom, zijn economische theorie diende allerlei ethische en moraliserende waarden.
Het lijkt wel of die theorie lange tijd goed heeft gewerkt, maar het laatste decenium min of meer tot stilstand is gekomen.
Perverse prikkels
De perverse prikkels tot zelfverrijking in het bedrijfsleven zijn inmiddels dusdanig groot, dat er vaak weinig ethiek meer te vinden is. We zien het graaigedrag sterk toenemen bij onze politici, de bestuurders van de organisaties, en ook menig ondernemer start zijn bedrijf met als enige echte reden het maken van veel winst. Productieprocessen worden geoutsourced naar lage lonen landen, mensen zijn uitwisselbare productiemiddelen en de bedrijfsvoering wordt bestuurd aan de hand van harde kengetallen.
Terwijl ik dit schrijf is er grote maatschappelijke verontwaardiging over debuitensporige salarisverhogingen van de hoofdbankiers van de ABNAMRO en ING. En zijn er recent o.a. nogal wat VVD-politici die onethisch gedrag hebben laten zien. Mensen om mij heen zijn boos en verontwaardigd. Soms lijkt het allemaal wel een grote parodie.
De hoeveelheid zwart geld en de witteboordencriminaliteit in ons land zijn inmiddels schrikbarend. De Algemene Rekenkamer heeft  berekend dat in Nederland in 2010 voor zo’n 16 miljard euro is witgewassen. Via allerlei juridisch financiële constructies blijkt dit inmiddels buitengewoon winstgevend te zijn.
Waar zijn de morele en ethische waarden gebleven?
In mijn eigen vakgebied, de ‘brand marketing’, zijn we de laatste tijd massaal aan de slag met de gouden cirkel van Simon Sinek. Iedereen stelt inmiddels zijn klant terecht de ‘why'-vraag, of klanten stellen ons die vraag, want ze weten zelf vaak niet goed meer waarom ze bestaan. En zien we de wat mij betreft welkome ontwikkeling dat bedrijven zoals Unilever inmiddels een Social Mission hebben geformuleerd en met hun Sustainable Living Plan wereldwijd een positieve maatschappelijk bijdrage proberen te leveren. Of Tony's Chocolonely die me blij maakt met hun eerlijke slaafvrije chocolade.
Treffende citaten
Sikko Gerkema reageerde op mijn eerdere blog Is eerlijke marketing echt een illusie met treffende citaten uit het boek ‘Manager ontmoet monnik.’ Dit gaat over gesprekken tussen de Benedictijn Anselm Grün en Jochen Zeitz, CEO van Puma. Ik citeer een paar waardevolle zinnen. “Als bedrijven waarden minachten, worden ze op den duur waardeloos. Want wie waarden minacht, veracht uiteindelijk de mens en dus ook zichzelf. Waarden houden ons en het samenleven gezond en versterken het samenwerken. Eerlijkheid en transparantie zou ik graag waarachtigheid willen noemen. Ik handel zo dat ik de ander eer bewijs en ook mijn eigen eer bewaar. Waarachtig betekent in eerste plaats gedrag van de mens ten opzichte van zichzelf. Waarachtig is degene die met zijn innerlijke wezen overeenstemt.
Wie op deze manier waarachtig is, zegt ook de waarheid en drukt zo in zijn hele gedrag uit dat hij betrouwbaar is, dat hij meent wat hij zegt en hoe hij zich gedraagt. Waarachtigheid is de deugd die ons ertoe brengt helemaal onszelf te zijn, authentiek te zijn. De waarachtige mens is altijd tevens een betrouwbare mens. En een bedrijf dat waarachtigheid in zijn vaandel schrijft en probeert na te leven, zal betrouwbaarheid naar zijn klanten uitstralen.
Zo wekt het bij hen het gevoel van veiligheid. Waarden houden waardigheid van mensen in ere, waarden belichamen we; je zou kunnen zeggen dat de mens die naar ze leeft, zelf die waarde is. De waarde van geld is echter meetbaar, geld heeft waarde maar is er geen. Zo wordt het verschil tussen waarden op zich en de waarde van geld al in het spraakgebruik duidelijk; het ene betekent zijn, het andere hebben.
Amen. Ik kan het zelf niet treffender verwoorden
Behalve de opkomst van het waarden-denken zien we de laatste jaren verder een heel sterke groei van het ROI denken. Niet alleen in de traditionele old skool marketing en communicatie willen we maar al te graag weten wat voor soort investeringen het hoogste rendement heeft, maar juist nu ook voor alle nieuwe digitale communicatie is het een gevleugeld begrip geworden.
Wanneer online marketeers praten over ‘content’ gaat het vaak helemaal niet over relevante waarden maar over ratios van traffic, likes, shares, leads en vooral het magische woord ROI. Dat is verrekte jammer, want juist in de online wereld lijkt het mij vooral de emotionele waarde die mensen raakt en bedrijven die hun hart op de goede plek hebben zitten zijn vaak razend populair.
Het valt mij op dat ik Richard Branson (Virgin), Ricardo Semler (Semco) en Tony Hsieh (Zappos) dagelijks zie voorbij komen op Facebook, Twitter en Linkedin. En dat terwijl Virgin, Semco en Zappos volgens mij niet heel erg actief zijn op de Nederlandse markt.
Het zijn stuk voor stuk bedrijven die hun purpose niet verloren hebben en waar de leiders er alles aan doen om een waardevolle cultuur tot bloei te brengen en dit uit te dragen met hun merk. Het zijn vandaag de dag onze nieuwe helden.
ROI denken zorgt voor waardenvrij of waardenloos denken. Nadeel aan al dat ROI denken is dat je vanzelf louter gaat handelen naar meetbaar direct resultaat en vervolgens niet meer hoeft na te denken over de morele waarde. Je wordt lui want het ontslaat je vanzelf van de verantwoordelijkheid om vanuit waarden en overtuiging te blijven handelen, immers de cijfers spreken boekdelen en sturen de content.
Waar is de waardevolle bijdrage van de non-conformisten uit de creatieve industrie?
Zoals met alle mooie dingen in het leven gaat het ook hier niet om een keuze tussen het een of het ander. Om maar even terug te gaan naar Adam Smith in 1776.
Hij was er van overtuigd dat vrije prikkels tot zelfverrijking en een eerlijke en welvarende samenleving in elkaars verlengde lagen. De vraag die ik mij stel is hoe de creatieve industrie met zijn eigenwijze vrije denkers, de visionaire geesten en kunstenaars in beeld en schrift die zo belangrijk zijn voor verbetering en ontwikkeling van de welvaart, weer positief waarde gaan bijdragen aan de samenleving.
Is het nu niet de tijd voor een nieuwe generatie reclamemakers om op te staan en van zich te laten horen? Om weer ethische waarde te ontwikkelen door commerciële communicatie? Of moet ik daar niet op rekenen en erop vertrouwen dat onze politici en de leiders uit het bedrijfsleven dit alleen gaan doen?
PS: Ik ben op zoek naar goede voorbeelden van Nederlandse organisaties die succesvol vanuit een maatschappelijke 'Purpose' zijn gaan bloeien. Suggesties worden gewaardeerd!

3/23/15

Profit Is My Purpose

Dit artikel staat ook op de blog van BR-ND  

We gebruiken in het brand marketing vak veel begrippen die nogal verwarrend zijn voor niet-ingewijdenen. En bovendien hebben veel termen nogal wat overlap in hun betekenis. De laatste jaren hebben een aantal mooie nieuwe termen ons vak verder verrijkt. Ik heb het hier specifiek over de ontwikkeling dat organisaties steeds vaker aandacht geven aan hun positieve maatschappelijke rol. Ik heb het over begrippen als 'Purpose', 'Why' (Uit de Gouden Cirkel van Simon Sinek), 'High Ideals' (van Jim Stengel) of de Social Mission van Unilever.

Voor het gemak vat ik al die woorden in dit artikel samen onder de term 'Purpose', waarmee ik het dan heb over het maatschappelijke bestaansdoel van een organisatie. 

Steeds meer bedrijven proberen zich te profileren met hun Purpose. In een traject dat wij onlangs hebben gedaan voor Natuurmonumenten hebben we ontdekt dat de Purpose vooral erom gaat dat alle Nederlanders, ieder op zijn eigen wijze, kunnen genieten van de natuur. Dat is belangrijk, want als je van de natuur geniet, ga je het waarderen en beschermen. Of voor het GVB, het vervoersbedrijf van Amsterdam, waar de Purpose gaat over het leven van alle mensen in Amsterdam plezieriger te maken. Iedereen moet zich snel en goedkoop door de stad kunnen verplaatsen. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid in de stad. Nog een voorbeeld waar ik aan moet denken is Tenzing Travel (voorheen Kuoni), een verre reizen specialist, waar de Purpose gaat over het leven van mensen te verrijken met bijzondere ervaringen en herinneringen. Of Triodos Bank met als Purpose om geld te gebruiken voor positieve sociale, leefomgeving en culturele veranderingen.  

Wat me opvalt is dat de meeste Purpose beschrijvingen heel emotioneel zijn en gaan over iets fundamenteels wat je je klanten wilt bieden vanuit een visie die je als organisatie hebt. Purpose is daarbij van een andere orde dan de traditionele 'positionering', waarbij vooral gezocht werd naar iets relevants waarmee een merk zich kon differentiëren ten opzichte van concurrerende merken. Bij het zoeken en verwoorden van Purpose is 'onderscheid' minder relevant en gaat het veel meer om een hogere missie om iets te veranderen in de maatschappij. Het gaat vaak over hoe je waarde toevoegt aan het leven van mensen of een misstand waar je een oplossing voor wilt bieden. Voor dienstverleners als het GVB of Natuurmonumenten ligt de Purpose dicht bij het bestaansdoel van de organisatie. Maar voor productmerken is de uitdaging om de Purpose te vinden meestal veel groter. Maar ook daar zijn vele mooie voorbeelden te vinden van een aansprekende Purpose. Ik heb bijvoorbeeld aan het eind van het vorige millenium bij de Iams Petfood Company (toen P&G, nu onderdeel van Mars) gewerkt en daar ging het toen al over 'saving the worlds dog and cat population'. Want dieren die gewone en goedkope industriële voeding eten, worden vaker ziek en leven minder lang.

Interessant is dat de opkomst van Purpose paralel loopt met de groei van MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) ook wel genoemd duurzaam ondernemen. Vanuit de OESO zijn richtlijnen opgesteld waar bedrijven aan moeten gaan voldoen.
Definitie van duurzaam ondernemen is "Duurzaam Ondernemen is bij alle bedrijfsbeslissingen zowel een hoger bedrijfsrendement nastreven, als de kansen benutten voor een beter milieu en meer welzijn van de medewerkers en de maatschappij. Het gaat om activiteiten die een stap verder gaan dan waartoe de wet verplicht; vanuit maatschappelijke betrokkenheid en een toekomstgerichte visie".

Naarmate het fenomeen duurzaam ondernemen het afgelopen decennium bekendheid heeft gekregen, gaan consumenten en medewerkers het belang ervan inzien en gaan ze voorkeur krijgen voor organisaties met een duidelijk MVO beleid. Internationale schrijvers als Roy Spence (It's not what you sell, it's what you stand for) en Simon Mainwaring (We First: The future of profit is purpose) maken deze koppeling heel duidelijk. De transparante wereld waarin we leven versterkt dit in hoge mate. Organisaties die een heldere Purpose hebben en duurzaam ondernemen hebben de toekomst. Denk maar eens aan de spectaculaire groei en merkvoorkeur van Tesla. Of aan Starbucks waar Howard Schultz zich in het openbaar hard maakt voor gelijke rechten voor alle rassen en geaardheden. 

Het grote voordeel van het uitdragen van en handelen naar een Purpose die mensen gelukkig maakt, is dat het bepaald geen windeieren legt. In diverse studies is aangetoond dat bedrijven met een heldere Purpose veel winstgevender zijn. Diverse wetenschappers zoals bijvoorbeeld Raj Sisodia et all. hebben hier onderzoek naar gedaan. Bedrijven die niet de 'share of wallet' strategie maar de 'share of heart' strategie volgen en daardoor warme emotionele relaties met gelukkige klanten opbouwen, renderen beduidend beter. Het is opmerkelijk dat hier wetenschappelijk onderzoek naar gedaan wordt, want je zou toch mogen verwachten dat bedrijven die er op gericht zijn het geld van klanten af te pakken, niet de voorkeur hebben. En bedrijven die klanten en de maatschappij willen helpen en waarde willen toevoegen, de voorkeur. Maar omdat we in een kapitalistisch systeem leven waarin geld verdienen het ultieme doel is, is het klaarblijkelijk nodig om aan te tonen dat 'goed doen' een betere strategie is dan 'slecht doen'. Ook in financiële termen. 

Samenvattend denk ik dat we heel gelukkig moeten zijn met de opkomst van het Purpose denken binnen ons vakgebied. Immers, als wij onze creativiteit en kennis louter inzetten om onze klanten meer te laten verkopen, dan zorgen we voor en zijn we mede verantwoordelijk voor verdere verloedering van de commercie en afbraak van de maatschappij. Een wereld waarin iedereen gedreven is door meer geld is bepaald geen mooie en gelukkige wereld.
Ik denk na aan de woede overal in de maatschappij, die deze week weer opstak na de belachelijke salarisverhogingen van de leiders van de ING en ABNAMRO. Ik vraag me af wat hun Purpose is en geloof dat het Profit is.
23 Maart 2015

3/18/15

Eerlijke Marketing Een Illusie?

Article also published on the blog of BR-ND | Emotive Transformers

Een artikel van Madelon Engels deed mij denken over de vraag of marketing eigenlijk nog wel ethisch is. In een wereld waarin het steeds meer draait om geld verdienen en waarbij alles daartoe gerechtvaardigd lijkt, weliswaar binnen de wet, kom je er dan nog als je gewoon 'eerlijk' wilt zijn? 
'De manier waarop marketing wordt bedreven, staat mij steeds meer tegen'
Ik herken dat maar al te goed. Niet alleen hoe marketing bedreven wordt, maar ik zet steeds vaker vraagtekens bij de manier hoe veel organisaties hun bedrijfsvoering inrichten en met mensen omgaan. Ik vraag me af wat het doel is van al die bedrijven, anders dan geld verdienen? Gelukkig zijn er steeds meer leiders van bedrijven en ondernemers die zich dat ook beginnen af te vragen. Is het een filosofische reflectie over het nut der dingen die met de jaren komt? Of zijn we in de maatschappij echt zo ver afgegleden dat geld en macht de enige echte maatstaf van succes is? 

De transparantie zet door en we worden via sociale media dagelijks geconfronteerd met alle oneerlijke praktijken. We komen er achter dat geraffineerde suiker de grote boosdoener is voor veel gezondheidsproblemen. Dankzij Tony Chocolony weten dat er slaafvrije en foute chocolade is. We weten dat er in frietjes van McDonalds een soort siliconen zitten die ook wordt gebruikt in borstimplantaten, speelgoedblubber, haarconditioners en andere cosmetica. Dat Primark kleding in derde sweatshops door kinderen laat maken. Dat Monsanto inmiddels de wereld zaadmarkt in handen heeft waardoor al onze voeding genetisch gemanipuleerd is. Dat BlueBand margarine volledig bestaat uit chemisch-synthetische transvetten en kunstmatige additieven met nagenoeg geen enkele voedingswaarde. We weten dat de witteboordencriminaliteit floreert, de bankiers van de RABO, ABNAMRO en ING graaiende zakkenvullers zijn, we weten van de derivaten fraude bij woningcorporaties als Vestia en we weten van frauderende accountants van KPNG. We weten dat Facebook onze privacy niet serieus neemt en we kennen het sustainable living plan van Unilever en weten dat ze kleine verdachte bolletjes in hun Lipton thee stoppen. 

Afgelopen week was ik te gast bij de Art Directors Club Nederland voor het debat over reclame met inhoud en wat houdt reclame tegenwoordig nog in. Behalve dat het een stimulerende avond was met een levendige discussie bleef bij mij toch vooral hangen dat het reclamevak behoorlijk in verval is. 
'Wiens brood met eet, wiens woord men spreekt'
De teneur was dat reclame toch vooral de producten en diensten van adverteerders moet zien te verkopen. Het succes van campagnes wordt gemeten aan de hand van rendement. De reclamemakers hebben geen eigen maatschappelijk doel en opereren vooral uitvoerend en afhankelijk van de wensen van hun klant. Tegen de klant ingaan is moeilijk omdat de relatie schade oploopt en loyaliteit ver te zoeken is. Opdrachtgevers hoppen van het ene specialistische bureau naar het andere bureau. Wat heeft het vak nog te bieden aan getalenteerde visionaire kunstenaars als ook hier geld de macht heeft gegrepen? 

Gelukkig is er ook positief nieuws. Ondergronds borrelt er van alles. Veel mensen zijn teleurgesteld door de praktijken van de grote bedrijven. Ze willen dat het verandert. Er ontstaan allerlei kantelbewegingen. Mensen gaan zelf weer het initiatief nemen. Ze willen niet langer wachten tot het 'van bovenaf' verandert. Er ontstaat een tegenbeweging. Een bank als Triodos voelt dat goed aan en ze wakkeren dat sentiment verder op. Het moet en kan anders. Het biedt kansen voor ondernemerschap. Afzetten tegen de grote mastodonten die vastzitten in hun winstbejag. Denk maar eens aan supermarktketen MARQT en haar streven om ons weer écht te laten eten. Of aan reclamebureau Lemz dat met haar pro-sociale bestaansdoel probeert aan te zetten tot positief gedrag.  

Waar het om lijkt te gaan is dat zodra geld het handelingsperspectief is, er allerlei perverse prikkels ontstaan. Allerlei oneerlijke praktijken. Joris Luyendijk vertelt over hoe de financiële wereld in London weer is teruggekeerd naar de praktijken van voor de financiële crisis. De verleiders met hun voorstelling 'Door de bank genomen' maken met hun gitzwarte humor duidelijk dat de financiële wereld echt om te lachen is als het gelijktijdig niet zo schrijnend zou zijn. 

Als geld niet het doel is, wat dan wel? Dit is de uitdaging waar Kim Cramer PhD en ik ons de laatste jaren bij BR-ND steeds vaker mee bezighouden voor onze opdrachtgevers. Wat is een doel groot en inspirerend genoeg om aan te zetten tot positief eerlijk gedrag? Tot gedrag dat zorgt voor gelukkige klanten en medewerkers. En nog belangrijker, hoe zorg je er voor dat zo'n doel niet blijft hangen in de bestuurskamer, maar door iedereen wordt ervaren als inspirerend, belangrijk en de moeite waard. Wil je meer over 'emotive branding' weten, aarzel dan niet ons uit te nodigen voor een gesprek.  

3/11/15

Not Money But Purpose Stupid

Are we in business for the money? Are the numbers more important than the purpose? Are humans a means for production? Is all we do justified by the bottom line? Are brands mere constructs to sell more? Since when did business forget we are human? 

These questions came to me while working recently for one of the largest charity foundations in the Netherlands. In their case, for two decades seeking funds became the main driver for success. Connection with society and internal passion for their good cause eroded gradually.

Also I observe that many organisations, such as larger medical institutions, are increasingly managed by their numbers. And by doing so, their dependency from the insurance financials is on the rise. In fact, in organisations where you would least expect to find a dominant financial and operational focus, nowadays it seems the contrary. This weekend I spoke with the head nurse of a large academic hospital in Amsterdam and she confirmed my suspicion that employee morale has never been lower. Her patients have turned into numbers and production is their deliverable. Also I recently discussed with a leader of a world famous medical institute in tropical disease, with a wealth of knowledge and employing practical programs actually saving lives in third world countries. Also in this case, it is money that drives the thinking with the consequence that morale is seriously in the black.

Increasingly I hear that people employed by these kind of organisations cannot cope any longer. They have lost their purpose, pleasure and flow. They are frustrated and suffer from stress. Sick leave is on the rise and burnouts are common. There seems to be a structural problem. How can suppressed culture and empathically neglected coworkers ever be successful?

How can a brand shine and attract customers if the people are down? How can customers be happy if the employees are depressed? Let's not forget that in a transparant world, people are the brand. Their morale, expressions and behaviour determines how the brand feels,  not the communication or the visual design. From a psychological and behavioural point of view, it is naive to expect financial focus to lead to positive behaviour. People are highly emotional creatures and abstract numbers and performance indicators are meaningless, when it boils down to inspiration and motivation.

What's your purpose?

“Purpose is not just about social purpose, although a desire to improve the wellbeing of others is a characteristic of many entrepreneurial businesses. It means having a clear reason to exist that is above and beyond the pursuit of profit. It might be a desire to change how people live their lives or carry out their work; a desire to tackle a social ill or perceived inequality; or simply a desire to entertain, amuse and bring joy.” Maria Pinelli VP EY in Huffington Post

Although numbers are important to measure performance, it is by far not sufficient te create a happy workplace and reputation. It might even be counterproductive. That is why successful organisations embrace a compelling purpose. Something big and important enough to strive for and enjoy the rewards. Such companies have their purpose at the very core of their business.

It makes the difference between the one GVB tram conductor who sees his job as to sit his shift from nine to five by checking if all passengers payed their fees, and his colleague who smiles friendly upon entry, greets me happily and points out that I still have some shaving foam on my left earlobe. And he wishes me a happy day upon my point of arrival. 
Spring Gentian
Purpose makes the difference between a forester who gives trespassers a penalty if they walk outside the official tracks and his colleague, who takes people along into the bush off the beaten track to show them a flowering field of wild spring gentians.

In short, we cannot create attractive brands, favourable reputation and happy people, without an emotive purpose. So we must insist from our clients that they are willing to invest serious time and money in discovering their purpose and translating this into action. If purpose remains lip service and money the sole business driver, than all our efforts are meaningless.

The collective quest for purpose is the start of creating a happy workforce with attractive brands and high customer satisfaction. The money will follow, in that order please.
Do you also want a purpose driven brand? Click here to see which organisations we have helped with creating a purpose driven brand. We are at your service.  

1/10/14

BR-ND HEARTBEATS

Because it is Valentine’s Day today, we share with you our Heartbeats. These are the things we vigorously believe in, what drives our behavior, brand thinking and culture. We did not invent our Heartbeats overnight; they literally grew upon us over the last couple years.
  1. We always experiment with newness
  2. Action deserves to be celebrated
  3. Knowledge is for all
  4. We are free to live our own life
  5. Sports keeps up healthy, happy and inspired
  6. We love warm lunches
  7. Everybody is welcome
  8. We don’t take ourselves too serious
  9. If you look closely, beauty is everywhere
  10. Think emotive

We always experiment with newness.

We love new ideas, new technologies, new thinking. We believe we can only develop ourselves if we are constantly prepared to embrace new ways. We see our company as a playground for creative thinking. Because we are curious creatures.
Action deserves to be celebrated. 
Everything what happens is the result of our own actions. Sometimes we succeed, sometimes we fail. Sometimes it is not clear what it might lead to. But whatever we do, it takes courage to take action. And we just love to throw a party to share what we do. Because we are party animals.
Knowledge is for all.
We are a small organisation with a limited client base. Our science based knowledge, methods and tools can only make an impact if we share it with like-minded people around the world. Because giving is all we have.
We are free to live our own life.We believe in personal responsibility. Our personal and working life is intertwined and we see our co-workers as our friends. That’s why we don’t have fixed holidays or working hours. That’s also why we are picky in the people and organisations we aspire working with and for. Because we have one life to live.
Sports keeps up healthy, happy and inspired.Our co-founders are sporty people. Kim used to be a semi-professional dancing queen. Alexander is a skiing instructor and long distance runner. Without sufficient physical activity we don’t feel sharp. That’s why we encourage people to train. That’s why we organize our weekly bootcamp. And why we run for charity together. Because everybody with a body is an athlete.
We love warm lunches.
We believe that eating together creates social bonds. The typical Dutch sandwich with milk isnot our idea of a hospitable lunch. Kim’s roots are in Indonesia, that’s why we love nasi goreng for lunch or even for breakfast. Alexander lived many years in Indonesia and Italy and simply loves warm lunches. And fortunately there are so many wonderful restaurants in Amsterdam.
Everybody is welcome.We are a warm open place for people who share our interest in people, beauty and technology. Just for a coffee or sometimes for more, you are most welcome. And when we are too busy, we will let you know. Because we love hospitality.
We don’t take ourselves too serious.We do not aspire expensive cars, fancy suits or exquisite watches. In the end, the only thing what really matters is a caring relationship with one’s beloved ones, friends and our community. Because we are ordinary people and we are proud of that.
If you look closely, beauty is everywhere.People are capable of tremendous things if they have a purpose, if they can be part of something bigger. We beautify the world by bringing meaning to the forefront. Because meaning is where the actions starts.
Think emotive.We play, game and shake people on a creative leap. We believe in a co-creative approach where we all matter and have a voice. We show we care. We surprise people with our tiny deeds of goodness. Because we are human.